Op welk tijdstip van de dag moet de lichttherapie gebeuren?
In principe kan de lichttherapie op elk tijdstip van de dag gebeuren. Speciaal werkzaam is het gebruik in de ochtend, bijv. tijdens het ontbijt. Omdat de meeste personen die aan winterdepressie lijden, zich ’s morgens erg slecht voelen, kan dan het beste effect bereikt worden. Het optimale tijdstip voor het gebruik wordt ook door het slaap-waak-ritme van de betrokkene bepaald. Hierbij wordt onderscheid gemaakt tussen het vooruitgeschoven en het achteruit geschoven slaapfase-syndroom en het „onregelmatige slaappatroon“. Bij het vooruitgeschoven slaapfase-syndroom wordt men bijvoorbeeld al vanaf 19:00 uur zeer vroeg moe en ’s morgens zeer vroeg, om ca. 4:00 uur weer wakker. Door de toepassing van lichttherapie ’s avonds kan het slaap-waak-ritme naar achteren geschoven worden. De gebruiker wordt daardoor later moe en komt weer in een normaal slaap-waak-ritme.
Bij het achteruit geschoven slaapfase-syndroom is er sprake van een inslaapverstoring. De betrokkene slaapt bijvoorbeeld pas tegen 3:00 uur in en wordt dan pas tegen 10:00 of 11:00 uur wakker. Hierbij wordt aangeraden de lichttherapie ’s morgens vroeg toe te passen en daarmee het slaap-waak-ritme naar voren te verschuiven.
Bij het onregelmatige slaap-waak-patroon slaapt de betrokkene ook overdag meerdere keren een korte tijd in en wordt de slaap ’s nachts meermaals onderbroken en is weinig verkwikkend. Hierbij is en aan te bevelen de lichttherapie tegen de middag toe te passen. Het doel is daarbij een versterkte activering gedurende de dag en rust tijdens de nacht te bereiken.